Bereiding
Verwarm de oven voor op 180 graden en vet drie springvormen in.
Meng in een grote kom de eieren, suiker, zonnebloemolie en het merg van een vanillestokje.
Meng in een andere kom de bloem, bakpoeder, kaneel, nootmuskaat, geraspte gember en een snufje zout. Voeg het bloemmengsel toe aan het eiermengsel en roer door tot een glad geheel voor de walnotentaart. Spatel als laatste de geraspte wortel, geraspte courgette, walnoten en pijnboompitten erdoor.
Verdeel het mengsel voor de walnotentaart over de drie springvormen en bak ze in ca. 25 tot 30 min. goudbruin en gaar. Haal ze uit de oven en laat volledig afkoelen.
Maak intussen de karamel door de suiker, boter en slagroom te verwarmen op middelhoog vuur. Verwarm zachtjes door tot alles één glad geheel is geworden. Blijf voortdurend roeren tot het mengsel begint te karamelliseren. Haal de pan van het vuur zodra de karamel licht goudbruin begint te verkleuren. Roer als de karamel is afgekoeld het zeezout erdoor.
Bereid vervolgens de roomkaas frosting. Klop de boter met de roomkaas licht en luchtig. Voeg vervolgens de poedersuiker, vanillesuiker en zout erdoor en klop nog ongeveer twee min. Door.
Haal de walnotentaartjes uit de springvorm en snijd eventueel de bovenkant eraf om een vlakke cake te krijgen. Verdeel de roomkaas frosting gelijkmatig over twee taarten. Stapel de cakes op elkaar en leg de laatste cake ondersteboven op de taart.
Laat de walnotentaart in de koelkast een uur stevig worden.
Doe de gezouten karamel in een spuitzakje. Verdeel de karamel over de rand van de cake en maak zo de karamel drip aan de rand van de walnotentaart.
Decoreer de walnotentaart met fruit, walnoten, pijnboompitten en 2 takjes rozemarijn. Steek de takjes ondersteboven als twee kerstboompjes op de walnotentaart. Maak de walnotentaart af met wat poedersuiker voor een sneeuw effect.