Bereiding
- Schil de peren en kiwi’s en snijd ze in kleine stukjes of maak bolletjes met een meloenlepel.
- Was de appels goed, snijd ze in partjes en verwijder het klokhuis.
- Snijd de appel in blokjes.
- Snijd de granaatappel doormidden en haal de pitjes eruit.
- Wees voorzichtig om de sapspetters te vermijden.
- Meng alle stukjes fruit in een grote kom behalve de granaatappelpitjes.
- Zorg ervoor dat de vruchten goed gemengd zijn.
- Verdeel de fruitsalade over mooie glazen of schep de fruitsalade in een grote kom.
- Verdeel de granaatappelpitjes over de fruitsalade.
- Doe de suiker met een twee eetlepels water in een steelpan.
- Verwarm op laag vuur tot een goudkleurige karamel.
- Laat de onderkant van de pan in een laagje koud water schrikken, zodat de karamel niet verder verkleurt.
- Leg een stuk bakpapier op een bakplaat.
- Drizzle met een lepel lange draden van de karamel.
- Vorm als de karameldraden nog iets warm zijn een grote bol van de karamel en decoreer hier de fruitsalade mee.
Deze fruitsalade kan een paar uur van tevoren worden bereid. Bewaar de fruitsalade in de koelkast totdat je klaar bent om te serveren. Garneer de fruitsalade pas met de karameldecoratie als je de fruitsalade opdient.